Didactisch model
1. Didactische uitgangspunten
Het onderwijs op De Breul is gebaseerd op drie principes:
- Leren is een sociale activiteit
Ons onderwijs wordt door een docent per vak gegeven aan klassen of groepen. Hierdoor wordt benadrukt dat leren een sociale activiteit is die voor alle betrokkenen van groot belang is.
- Leren is tonen wat je kunt
Ons onderwijs is zo ingericht dat leerlingen de gelegenheid krijgen kennis en vaardigheden te tonen en daarbij succeservaringen op het eigen cognitieve niveau te boeken.
- Leren is toenemende autonomie
Ons onderwijs is zo opgebouwd dat leerlingen in toenemende mate invloed kunnen uitoefenen op de lesstof en de manier waarop zij zich deze eigen maken.
2. Werkvormen
In de vaklessen en de keuzestudietijden (kst's) worden werkvormen gehanteerd die de leerlingen (alleen of samen met anderen) activeren verantwoordelijk en zelfstandig aan het werk gaan. De docent neemt dan geen centrale rol in, maar is in de eerste plaats begeleider/coach en besteedt aandacht aan de individuele leerling en diens leerproces. Voor de lespraktijk betekent dit dat gemiddeld in minstens de helft van de lestijd de gekozen werkvorm voldoet aan één of meerdere van de volgende criteria:
- Gestructureerd samenwerken
Leerlingen werken op een gestructureerde manier samen bij opdrachten.
- Zelfstandig werken
Leerlingen werken zelfstandig aan de verwerking van de leerstof. Het gaat hier niet om het alvast beginnen met het huiswerk", maar om verwerkingsopdrachten binnen de les.
- Gelegenheid tot reflectie
Leerlingen reflecteren zelfstandig of in samenspraak met anderen op de leerstof.
- Klassikale interactie
De leerstof wordt klassikaal op interactieve wijze besproken (onderwijsleergesprek).
- Gelegenheid tot presentatie
Leerlingen presenteren individueel of in groepen resultaten van het leerproces.
- Gelegenheid tot het maken van keuzes
Leerlingen krijgen de gelegenheid keuzes te maken in de aard van de opdrachten, in de volgorde van verwerking en de tijd die zij hieraan besteden.





