
Pestprotocol
Als de school signaleert dat een leerling gepest wordt, is dit een probleem voor alle direct betrokken partijen. De Breul wil pestproblemen voorkomen. Door een preventieve aanpak bestaande uit het streven naar een veilig pedagogisch klimaat en duidelijke regelgeving. Als pesten desondanks toch optreedt, moeten leerkrachten dat kunnen signaleren en voor leerlingen moet duidelijk zijn waar zij met hun probleem terecht kunnen.
Er zijn meestal vijf betrokken partijen. De gepeste leerling, de pester, de rest van de klas (de zwijgende middengroep), de mentor (vakdocenten/afdelingsleiders) en de ouders.
De aanpak bestaat uit:
- De gepeste leerling: in de vorm opvang (gesprekken), adviezen en eventueel een sociale vaardigheidstraining;
- De pester: de mentor of afdelingsleider houdt een ernstig gesprek met de pester. DE afhandeling is afhankelijk van de ernst en vorm (zie discipline-nota). Daarnaast mogelijk adviezen in de vorm van een sociale vaardigheidstraining of een training in het omgaan met agressie;
- De zwijgende middengroep: klassengesprekken, activeren van deze groep
- de groep kan iets doen om pesten tegen te gaan
- er is een groot verschil tussen pesten en plagen
- hoe kan je een einde maken aan pesterijen
- De mentor/docent: gesprekken met de gepeste leerling, de pester en de klas. Achtergrondinformatie over het verschijnsel, zoals signalen, oorzaken, gevolgen en concrete (preventieve en curatieve) aanpakmogelijkheden;
- Ondersteuning/aanspreken van de ouders, in de vorm van informatie en adviezen.
Concrete maatregelen en aanpak binnen de school:
- Preventief: creëren van een veilig leef- en leerklimaat doordat alle leerlingen een eigen mentor hebben en één mentorles in hun rooster hebben staan waar dit onderwerp aan de orde komt. Zoals in de studielesmappen van de brugklassers en tweede klassen wordt aandacht besteed aan: "hoe gaan wij met elkaar om". Er worden samen met de mentoren klassenregels opgesteld.
- Onderwerp"pesten" staat regelmatig op de agenda van het mentoroverleg.
Daarnaast is er een curatief programma dat "op maat" gegeven kan worden. Via de schoolpedagoge en/of afdelingsleiders - De BKKL's worden geschoold in de opvang van gepeste leerlingen en hebben een ondersteunende taak bij de mentor.
- De schoolpedagoge. De rol die de schoolpedagoge hierin speelt is het adviseren van mentoren en afdelingsleiders om tot oplossingen te komen. Verder kan zij de gepeste leerling begeleiden in de vorm van persoonlijke gesprekken en/of doorverwijzen naar externe instanties. Eveneens kan zij indien nodig, de dader begeleiden om tot een ander gedrag te komen.
- Maatregelen naar aanleiding van het pesten zijn opgenomen in de disciplinenota.





