De Breul
Afdrukbare versie openen

Dyslexieprotocol

Definitie dyslexie, zoals gehanteerd door de Stichting Dyslexie Nederland. Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door hardnekkige problemen in de automatisering van de woordidentificatie (lezen) en/of schriftbeeldvorming (spellen).

Kenmerken:
Dyslexie is niet te verhelpen, het is veel meer dan alleen het omdraaien van letters:
Dyslectische leerlingen kunnen problemen hebben met:

Deze moeilijkheden kunnen consequenties hebben voor vrijwel alle vakken; vooral die waarbij er veel informatie uit teksten moet worden verworven (zaakvakken, wiskunde, talen).

Afspraken m.b.t. een leerlingen die een officiële dyslexie verklaring hebben die afgeven is door een deskundige:

Voor alle vakken geldt:

  1. Extra tijd bij schriftelijk werk indien nodig/gewenst.
  2. Als er door niet leerstofgebonden fouten niet meer te controleren is of de leerling de leerstof wel of niet begrijpt, kan er mondeling overhoord worden.
  3. In andere vakken dan de talen spelfouten niet meetellen, als het antwoord van de leerling herkenbaar is, wordt het goed gerekend.
  4. Schriftelijk materiaal vergroten (A3 formaat, grote letters) indien nodig/gewenst.
  5. Dictaten indien nodig/gewenst controleren.
  6. Mogelijkheden bieden om prestaties te verhogen bijv. gebruik computer, RT-lessen, reading pen.

Voor Nederlands:

  1. Bij schrijfopdrachten wordt bij alle leerlingen (dyslect of niet) eenzelfde maximum voor taalfoutenaftrek gehanteerd.
  2. Bij de overige toetsen, boekverslagen en werkstukken wordt bij alle leerlingen (dyslect of niet) maximaal 1 punt voor 10 taalfouten afgetrokken.
  3. Fouten m.b.t. letterverdraaiingen in vaste lettercombinaties (duer) worden niet fout gerekend.
  4. Fouten m.b.t. (mede)klinkerverdubbeling worden niet meegerekend (koopen, verekt).
  5. Fouten m.b.t. leerbare regels worden wel meegerekend: bij werkwoordspelling gaat het dus bijvoorbeeld om de goede uitgang: -d, -t, -te(n), -tte(n), de(n) en –dde(n). ‘Hij heeft zijn spier verekt’ (i.p.v. verrekt) wordt niet fout gerekend (zie regel 4).
  6. Binnen het jaarprogramma is spelling slechts een onderdeel van het vak Nederlands, dus een dyslectische leerling kan dit onderdeel compenseren met andere onderdelen.

Voor Engels:

  1. Als een woord fonetisch wordt geschreven, wordt dit goed gerekend. Dit met uitzondering van grammaticale fouten.
  2. Fouten m.b.t. letterverdraaiingen in vaste lettercombinaties (huose) worden niet fout gerekend.
  3. Spelfouten tellen bij dyslectische leerlingen voor de helft van het aantal spelfouten.
  4. Als een woord door verkeerde spelling een andere betekenis krijgt, gelden de bovenstaande regels niet.

Voor Frans:

  1. Als een woord fonetisch wordt geschreven, wordt dit goed gerekend.
  2. 50% van de fouten m.b.t. accenten wordt niet meegerekend.
  3. Fouten m.b.t. (mede)klinkverdubbeling worden niet meegerekend. Bijv. comencer i.p.v. commencer of sooleil i.p.v. soleil wordt niet fout gerekend.
  4. Fouten m.b.t. letterverdraaiingen in vaste lettercombinaties (puor, juene) worden niet fout gerekend.
  5. Als een woord door verkeerde spelling een andere betekenis krijgt, gelden de bovenstaande regels niet.

Voor Duits:

  1. Als een woord fonetisch wordt geschreven, wordt dit goed gerekend. Dit met uitzondering van grammaticale fouten.
  2. Als een Umlaut in de grammatica is behandeld en foutief wordt toegepast geldt dat als een hele fout (bijv. er fährt, dan is fahrt of fehrt etc. fout)
  3. Fouten m.b.t. letterverdraaiingen in vaste lettercombinaties (Truam) worden niet fout gerekend.
  4. Fouten m.b.t. (mede)klinkerverdubbeling worden niet meegerekend. Bijv. Monaat of Monnat wordt niet fout gerekend.
  5. Als een woord door verkeerde spelling een andere betekenis krijgt, gelden de bovenstaande regels niet.

Voor klassieke talen:

Bij schoolexamens en eindexamens is het gebruik van een woordenboek met grammaticaoverzicht toegestaan.

A A A  
Sitemap  |  Index  |   Zoeken