Dyslexieprotocol
Definitie dyslexie, zoals gehanteerd door de Stichting Dyslexie Nederland. Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door hardnekkige problemen in de automatisering van de woordidentificatie (lezen) en/of schriftbeeldvorming (spellen).
Kenmerken:
Dyslexie is niet te verhelpen, het is veel meer dan alleen het omdraaien van letters:
Dyslectische leerlingen kunnen problemen hebben met:
- woordherkenning (technisch lezen)
- het onthouden van woordbeelden (spelling)
- het onthouden van losse gegevens (jaartallen, rijtjes, woordjes, muzieknoten, topografische namen, formules)
- twee dingen tegelijk doen, b.v. schrijven en luisteren.
- mondeling formuleren.
- de uitspraak in vreemde talen (ze proberen door een fonetische uitspraak de spelling te onthouden)
- het herkennen van verschillen tussen de klanken in de woorden.
- concentratie: ze kunnen zich niet afsluiten van zaken die niet belangrijk zijn, ze merken veel (storingen) in de omgeving op.
Deze moeilijkheden kunnen consequenties hebben voor vrijwel alle vakken; vooral die waarbij er veel informatie uit teksten moet worden verworven (zaakvakken, wiskunde, talen).
Afspraken m.b.t. een leerlingen die een officiële dyslexie verklaring hebben die afgeven is door een deskundige:
Voor alle vakken geldt:
- Extra tijd bij schriftelijk werk indien nodig/gewenst.
- Als er door niet leerstofgebonden fouten niet meer te controleren is of de leerling de leerstof wel of niet begrijpt, kan er mondeling overhoord worden.
- In andere vakken dan de talen spelfouten niet meetellen, als het antwoord van de leerling herkenbaar is, wordt het goed gerekend.
- Schriftelijk materiaal vergroten (A3 formaat, grote letters) indien nodig/gewenst.
- Dictaten indien nodig/gewenst controleren.
- Mogelijkheden bieden om prestaties te verhogen bijv. gebruik computer, RT-lessen, reading pen.
Voor Nederlands:
- Bij schrijfopdrachten wordt bij alle leerlingen (dyslect of niet) eenzelfde maximum voor taalfoutenaftrek gehanteerd.
- Bij de overige toetsen, boekverslagen en werkstukken wordt bij alle leerlingen (dyslect of niet) maximaal 1 punt voor 10 taalfouten afgetrokken.
- Fouten m.b.t. letterverdraaiingen in vaste lettercombinaties (duer) worden niet fout gerekend.
- Fouten m.b.t. (mede)klinkerverdubbeling worden niet meegerekend (koopen, verekt).
- Fouten m.b.t. leerbare regels worden wel meegerekend: bij werkwoordspelling gaat het dus bijvoorbeeld om de goede uitgang: -d, -t, -te(n), -tte(n), de(n) en –dde(n). ‘Hij heeft zijn spier verekt’ (i.p.v. verrekt) wordt niet fout gerekend (zie regel 4).
- Binnen het jaarprogramma is spelling slechts een onderdeel van het vak Nederlands, dus een dyslectische leerling kan dit onderdeel compenseren met andere onderdelen.
Voor Engels:
- Als een woord fonetisch wordt geschreven, wordt dit goed gerekend. Dit met uitzondering van grammaticale fouten.
- Fouten m.b.t. letterverdraaiingen in vaste lettercombinaties (huose) worden niet fout gerekend.
- Spelfouten tellen bij dyslectische leerlingen voor de helft van het aantal spelfouten.
- Als een woord door verkeerde spelling een andere betekenis krijgt, gelden de bovenstaande regels niet.
Voor Frans:
- Als een woord fonetisch wordt geschreven, wordt dit goed gerekend.
- 50% van de fouten m.b.t. accenten wordt niet meegerekend.
- Fouten m.b.t. (mede)klinkverdubbeling worden niet meegerekend. Bijv. comencer i.p.v. commencer of sooleil i.p.v. soleil wordt niet fout gerekend.
- Fouten m.b.t. letterverdraaiingen in vaste lettercombinaties (puor, juene) worden niet fout gerekend.
- Als een woord door verkeerde spelling een andere betekenis krijgt, gelden de bovenstaande regels niet.
Voor Duits:
- Als een woord fonetisch wordt geschreven, wordt dit goed gerekend. Dit met uitzondering van grammaticale fouten.
- Als een Umlaut in de grammatica is behandeld en foutief wordt toegepast geldt dat als een hele fout (bijv. er fährt, dan is fahrt of fehrt etc. fout)
- Fouten m.b.t. letterverdraaiingen in vaste lettercombinaties (Truam) worden niet fout gerekend.
- Fouten m.b.t. (mede)klinkerverdubbeling worden niet meegerekend. Bijv. Monaat of Monnat wordt niet fout gerekend.
- Als een woord door verkeerde spelling een andere betekenis krijgt, gelden de bovenstaande regels niet.
Voor klassieke talen:
- Spreek- & luistervaardigheid noch schrijfvaardigheid is een vaardigheid die bij klassieke talen wordt onderwezen of getoetst, spellingsvaardigheid dus evenmin. De leesvaardigheid van de leerling in de klassieke taal staat centraal.
- De leerling hoeft slechts te spellen in de klassieke taal, wanneer getoetst wordt of hij een bepaalde verbuiging of vervoeging beheerst of kan toepassen.
- Hierbij worden letteromdraaiingen in vaste klinkercombinaties noch in stam (bijvoorbeeld ‘peuro’ i.p.v. ‘puero’) noch in uitgang (bijvoorbeeld ‘servea’ i.p.v. ‘servae’) fout gerekend, ongeacht of het woord door verkeerde spelling een andere betekenis krijgt.
- Hierbij worden letteromdraaiingen in medeklinkerpatronen (bijvoorbeeld ‘approquinpare’ i.p.v. ‘appropinquare’) evenmin fout gerekend, ongeacht of het woord door verkeerde spelling een andere betekenis krijgt.
- Slechts wanneer een uitgang zodanig verkeerd gespeld wordt dat er een andere bestaande uitgang komt te staan, wordt dit fout gerekend (bijvoorbeeld ‘pueris’ i.p.v. ‘pueros’ of ‘clamabatur’ i.p.v. ‘clamabantur’).
Bij schoolexamens en eindexamens is het gebruik van een woordenboek met grammaticaoverzicht toegestaan.





